Engine Start Procedures in Flight

Engine Start Procedures in Flight

Engine Start Procedures in Flight



Het opnieuw starten van een vliegtuigmotor tijdens de vlucht is een procedure die buiten de dagelijkse routine van de meeste piloten valt. In tegenstelling tot de grondstart, die plaatsvindt in een gecontroleerde omgeving met externe hulpmiddelen bij de hand, speelt een luchtstart zich af in een dynamische, driedimensionale ruimte waar elke seconde telt en elke beslissing direct gevolgen heeft voor de vluchtveiligheid.



De noodzaak voor een inflight restart ontstaat meestal na een vlam in de motor of een volledige uitval, vaak veroorzaakt door brandstofproblemen, ijsvorming, technische defecten of zware turbulentie. Het is een kritieke noodsituatie die een kalm en methodisch handelen vereist, gebaseerd op een diepgaande kennis van de systemen van het vliegtuig en de aerodynamische principes die een windmilling- of airstart mogelijk maken.



De procedure zelf is een gestructureerde opeenvolging van acties, vastgelegd in de Quick Reference Handbook (QRH) van het specifieke vliegtuigtype. Het begint met het veiligstellen van het vliegtuig, gevolgd door een nauwkeurige analyse van de vluchtparameters en de oorzaak van het probleem. Vervolgens wordt het startproces ingeleid, waarbij de piloten gebruikmaken van de relatieve wind om de motor te laten draaien en het ontstekingssysteem op het juiste moment activeren om de verbinding opnieuw tot stand te brengen.



Stappenplan voor een veilige herstart van één motor tijdens de vlucht



Een gecontroleerde herstartprocedure is cruciaal om een uitgevallen motor veilig weer op te starten. Dit plan verloopt volgens een gestructureerde Identificeren – Analyseren – Handelen benadering.



Fase 1: Vlieghouding veiligstellen en situatie beoordelen



Bevestig eerst de motorstoring en identificeer de uitgevallen motor. Stel onmiddellijk de aanbevolen veilige vliegsnelheid (Va) in voor eenmotorige vlucht. Corrigeer de vlieghouding met trim en zorg voor voldoende hoogte voor de procedure. Controleer of de brandstofkranen en brandstofpompen voor de uitgevallen motor correct staan.



Fase 2: Het startcircuit voorbereiden



Zet de brandstofkraan van de uitgevallen motor op AF om een mogelijke brandstoflek of overvoeding uit te sluiten. Plaats de mengselregelaar in de IDLE CUT-OFF stand. Zet de ontsteking van de uitgevallen motor op UIT. Dit minimaliseert risico's bij het opnieuw inschakelen van de brandstoftoevoer.



Fase 3: Windmilling- of starterherstart uitvoeren



Bij voldoende luchtsnelheid kan een windmilling restart worden geprobeerd. Beweeg de brandstofkraan langzaam naar de AAN stand en breng daarna de mengselregelaar geleidelijk naar de RIJK stand. Bewaak de motoreninstrumenten nauwlettend.



Indien nodig, of volgens procedure, gebruik de starter. Zet eerst de ontsteking op AAN. Activeer dan de startmotor terwijl je de brandstofkraan en mengselregelaar zoals hierboven bedient. Beperk startsessies tot de aanbevolen duur om oververhitting te voorkomen.



Fase 4: Opstart bevestigen en motor stabiliseren



Bij een succesvolle herstart: bevestig de motorwerking door een duidelijke toename van het toerental en uitlaatgastemperatuur. Stabiliseer het motorvermogen voorzichtig en breng de motor naar een gelijkmatig, gematigd vermogen. Controleer alle temperatuur- en drukindicaties op normale waarden.



Fase 5: Nabehandeling en besluitvorming



Voer een grondige oorzaakanalyse uit, binnen de mogelijkheden van het vluchtdeck. Bereid een aangepaste nadering en landing voor, waarbij rekening wordt gehouden met een mogelijke tweede storing. Stel de bevoegde instanties tijdig op de hoogte en zet de vereiste checklists voor eenmotorige vlucht voort.



Het beheersen van een windmilling start zonder APU-ondersteuning



Het beheersen van een windmilling start zonder APU-ondersteuning



Een windmilling start, ofwel een windmiller, is een procedure waarbij een vliegtuigmotor wordt gestart door gebruik te maken van de luchtstroom die door de motor blaast tijdens de vlucht. Deze techniek is essentieel wanneer de APU (Auxiliary Power Unit) uitvalt en er geen grondvoertuig beschikbaar is voor een conventionele start. Het vereist nauwkeurige vlieghandhaving en een grondige systeemkennis.



De voorwaarde voor een succesvolle windmilling start is een voldoende hoge ware luchtsnelheid (True Airspeed). Deze snelheid is type-specifiek en staat vermeld in de Quick Reference Handbook (QRH). Over het algemeen ligt deze snelheid tussen de 250 en 350 knopen. Bij deze snelheden zorgt de luchtstroom ervoor dat de N2-rotor van de motor vrij draait, wat de functie van de APU of een luchtaanzuiger vervangt.



De procedure begint met het selecteren van de starthendel naar 'IDLE' op de niet-werkende motor. Vervolgens wordt de brandstofkraan geopend. Het ontstekingssysteem wordt geactiveerd, meestal in de 'CONT' (continuous) stand. De luchtstroom zorgt nu voor de rotatie van de N2-rotor. Zodra de N2 een bepaalde roterende snelheid bereikt (meestal rond de 10-15%), wordt de brandstofkraan geopend.



De piloot moet de motorparameters nauwlettend bewaken. Een stijging van de EGT (Exhaust Gas Temperature) geeft de ontsteking van de brandstof aan. De EGT zal snel pieken en moet binnen de voorgeschreven limieten blijven. Tegelijkertijd moet de N2-snelheid gestaag toenemen. Indien de EGT de limiet nadert of de N2 niet versnelt, moet de start onmiddellijk worden afgebroken door de brandstofkraan te sluiten.



Een kritiek aandachtspunt is het asymmetrische vermogen en de bijbehorende traagheid tijdens de startprocedure. De piloot moet het vliegtuig voortdurend trimmen en de besturing compenseren terwijl de ene motor opstart en de andere op vermogen blijft draaien. Coördinatie tussen de gezagvoerder en de eerste officier is hierbij van vitaal belang.



Zodra de motor stabiel op stationair toerental draait, moet het elektrisch systeem en het bleedsysteem opnieuw worden geconfigureerd. De generator van de herstartte motor kan nu de elektrische belasting overnemen, en de bleeds kunnen worden ingeschakeld voor cabinedrukregeling en ijsbestrijding.



Het beheersen van de windmilling start is een oefening in nauwkeurigheid, timing en systeembegrip. Het is een laatste redmiddel dat vertrouwen en training vereist, maar die essentieel kan zijn voor een veilige voortzetting van de vlucht na een APU-storing.

Related Articles

Latest Articles

Alexander Schleicher SERVICES

Since 2011, Alexander Schleicher has been represented by Glider Pilot Shop in Belgium, the Netherlands and Luxembourg. With the start of  2019 the region expanded with the addition of France.

Alexander Schleicher Services is a Glider Pilot Shop company

 

Our partners:
Alexander Schleicher
Glider Pilot Shop
LXNAV
Our location: