Wat is het leegstandspercentage in de woningmarkt
Het leegstandspercentage in de woningmarkt – dat klinkt misschien saai, maar het vertelt je eigenlijk heel veel over hoe de boel ervoor staat. Het laat simpelweg zien welk deel van alle woningen op een gegeven moment leeg staat. Niet bewoond, niet verhuurd. Je berekent het door het aantal lege huizen te delen door het totaal, keer honderd. Een laag percentage? Dan is de markt krap, veel vraag. Hoog? Dan is er mogelijk wat mis, zoals krimp of simpelweg te veel aanbod. In Nederland zit het gemiddelde rond de 3 tot 5 procent, maar geloof me, dat verschilt enorm per regio. Meestal baseren ze zich op cijfers van het CBS en gemeentelijke administraties. De rekensom is niet moeilijk: (aantal lege woningen / totale woningvoorraad) x 100. Maar leegstand is niet één ding. Je hebt frictieleegstand – kort, tussen twee huurders in, dat is gezond. En conjuncturele leegstand, door de economie. En dan structurele leegstand, dat is het echte probleem: langdurig, vaak omdat een woning gewoon niet meer bevalt of op een slechte plek staat. Frictieleegstand is prima, structurele is een ramp. Volgens de laatste CBS-cijfers uit 2023 zit Nederland op ongeveer 4,2 procent. Historisch gezien is dat laag, wat de woningcrisis wel bevestigt. Maar kijk je naar de verdeling, dan zie je pas de echte verschillen. In steden als Amsterdam en Utrecht vaak onder de 2 procent, terwijl je in Zuid-Limburg of Oost-Groningen percentages van 8 tot 10 procent ziet. Hier een overzichtje: Dit cijfer geeft je een idee van die eeuwige strijd tussen vraag en aanbod. Onder de 3 procent? Dan is er schaarste, prijzen schieten omhoog, wachtlijsten voor sociale huur worden langer. Boven de 7 procent? Dat wijst vaak op vergrijzing, krimp, economische malaise. Huizen worden minder waard. Beleidsmakers gebruiken dit soort data om te beslissen over nieuwbouw of sloop. En voor investeerders is het goud: een laag percentage in een regio betekent vaak hogere huurinkomsten en stijgende waarde. Oorzaken genoeg. Demografie speelt natuurlijk een rol – bevolkingskrimp in bepaalde gebieden. Economie ook: bedrijven die sluiten, mensen die vertrekken. Verouderde woningen met een slecht energielabel zijn ook niet populair. En dan heb je nog speculatie: investeerders die panden expres leeg laten staan in de hoop op prijsstijging. Regelgeving kan het ook moeilijk maken, bijvoorbeeld als je woningen wilt splitsen. Dus samengevat een checklist voor risico's: Frictieleegstand is kort, meestal minder dan drie maanden, door normale verhuizingen. Gezond, want het geeft mensen tijd om iets te vinden. Structurele leegstand duurt langer dan een jaar en wijst op diepere problemen – slechte locatie, verouderde staat, economische krimp. Dat is pas echt zorgwekkend. Simpel: lage leegstand, veel vraag, prijzen stijgen. Hoge leegstand, meer aanbod dan vraag, prijzen dalen. En dat kan een neerwaartse spiraal worden – dalende prijzen schrikken investeerders af, waardoor leegstand nog erger wordt. Geen pretje. Ja, gemeenten hebben wel wat trucs. Denk aan de Leegstandswet, tijdelijke verhuur, kantoren ombouwen tot woningen, of sloop in krimpgebieden. Ook boetes voor speculatieve leegstand worden gebruikt. Amsterdam is bijvoorbeeld best streng met handhaven op leegstaande panden. Zo'n 2 tot 4 procent frictieleegstand wordt als gezond gezien. Dat geeft wat flexibiliteit voor verhuizingen zonder dat het meteen schaarste of overaanbod wordt. In een krappe markt als Nederland ligt het vaak lager, wat dus wijst op een structureel tekort. Het leegstandspercentage in de woningmarkt – dat klinkt misschien saai, maar het vertelt je eigenlijk heel veel over hoe de boel ervoor staat. Het laat simpelweg zien welk deel van alle woningen op een gegeven moment leeg staat. Niet bewoond, niet verhuurd. Je berekent het door het aantal lege huizen te delen door het totaal, keer honderd. Een laag percentage? Dan is de markt krap, veel vraag. Hoog? Dan is er mogelijk wat mis, zoals krimp of simpelweg te veel aanbod. In Nederland zit het gemiddelde rond de 3 tot 5 procent, maar geloof me, dat verschilt enorm per regio. Meestal baseren ze zich op cijfers van het CBS en gemeentelijke administraties. De rekensom is niet moeilijk: (aantal lege woningen / totale woningvoorraad) x 100. Maar leegstand is niet één ding. Je hebt frictieleegstand – kort, tussen twee huurders in, dat is gezond. En conjuncturele leegstand, door de economie. En dan structurele leegstand, dat is het echte probleem: langdurig, vaak omdat een woning gewoon niet meer bevalt of op een slechte plek staat. Frictieleegstand is prima, structurele is een ramp. Volgens de laatste CBS-cijfers uit 2023 zit Nederland op ongeveer 4,2 procent. Historisch gezien is dat laag, wat de woningcrisis wel bevestigt. Maar kijk je naar de verdeling, dan zie je pas de echte verschillen. In steden als Amsterdam en Utrecht vaak onder de 2 procent, terwijl je in Zuid-Limburg of Oost-Groningen percentages van 8 tot 10 procent ziet. Hier een overzichtje: Dit cijfer geeft je een idee van die eeuwige strijd tussen vraag en aanbod. Onder de 3 procent? Dan is er schaarste, prijzen schieten omhoog, wachtlijsten voor sociale huur worden langer. Boven de 7 procent? Dat wijst vaak op vergrijzing, krimp, economische malaise. Huizen worden minder waard. Beleidsmakers gebruiken dit soort data om te beslissen over nieuwbouw of sloop. En voor investeerders is het goud: een laag percentage in een regio betekent vaak hogere huurinkomsten en stijgende waarde. Oorzaken genoeg. Demografie speelt natuurlijk een rol – bevolkingskrimp in bepaalde gebieden. Economie ook: bedrijven die sluiten, mensen die vertrekken. Verouderde woningen met een slecht energielabel zijn ook niet populair. En dan heb je nog speculatie: investeerders die panden expres leeg laten staan in de hoop op prijsstijging. Regelgeving kan het ook moeilijk maken, bijvoorbeeld als je woningen wilt splitsen. Dus samengevat een checklist voor risico's: Frictieleegstand is kort, meestal minder dan drie maanden, door normale verhuizingen. Gezond, want het geeft mensen tijd om iets te vinden. Structurele leegstand duurt langer dan een jaar en wijst op diepere problemen – slechte locatie, verouderde staat, economische krimp. Dat is pas echt zorgwekkend. Simpel: lage leegstand, veel vraag, prijzen stijgen. Hoge leegstand, meer aanbod dan vraag, prijzen dalen. En dat kan een neerwaartse spiraal worden – dalende prijzen schrikken investeerders af, waardoor leegstand nog erger wordt. Geen pretje. Ja, gemeenten hebben wel wat trucs. Denk aan de Leegstandswet, tijdelijke verhuur, kantoren ombouwen tot woningen, of sloop in krimpgebieden. Ook boetes voor speculatieve leegstand worden gebruikt. Amsterdam is bijvoorbeeld best streng met handhaven op leegstaande panden. Zo'n 2 tot 4 procent frictieleegstand wordt als gezond gezien. Dat geeft wat flexibiliteit voor verhuizingen zonder dat het meteen schaarste of overaanbod wordt. In een krappe markt als Nederland ligt het vaak lager, wat dus wijst op een structureel tekort.Wat is het leegstandspercentage in de woningmarkt
Hoe wordt het leegstandspercentage berekend?
Wat is het huidige leegstandspercentage in Nederland?
Regio
Leegstandspercentage (2023)
Nederland totaal
4,2%
Amsterdam
1,8%
Rotterdam
2,5%
Zuid-Limburg
8,7%
Oost-Groningen
9,3%
Waarom is het leegstandspercentage belangrijk?
Wat zijn de oorzaken van leegstand?
Veelgestelde vragen over leegstandspercentage
Wat is het verschil tussen frictieleegstand en structurele leegstand?
Hoe beïnvloedt leegstand de huizenprijzen?
Kan leegstand worden bestreden?
Wat is een gezond leegstandspercentage?
Korte samenvatting
Wat is het leegstandspercentage in de woningmarkt
Hoe wordt het leegstandspercentage berekend?
Wat is het huidige leegstandspercentage in Nederland?
Regio
Leegstandspercentage (2023)
Nederland totaal
4,2%
Amsterdam
1,8%
Rotterdam
2,5%
Zuid-Limburg
8,7%
Oost-Groningen
9,3%
Waarom is het leegstandspercentage belangrijk?
Wat zijn de oorzaken van leegstand?
Veelgestelde vragen over leegstandspercentage
Wat is het verschil tussen frictieleegstand en structurele leegstand?
Hoe beïnvloedt leegstand de huizenprijzen?
Kan leegstand worden bestreden?
Wat is een gezond leegstandspercentage?
Korte samenvatting
Vergelijkbare artikelen
Recente artikelen
Alexander Schleicher SERVICES
Since 2011, Alexander Schleicher has been represented by Glider Pilot Shop in Belgium, the Netherlands and Luxembourg. With the start of 2019 the region expanded with the addition of France.
Alexander Schleicher Services is a Glider Pilot Shop company