What do airports do to prevent bird strikes

What do airports do to prevent bird strikes

What do airports do to prevent bird strikes?



De botsing tussen een vliegtuig en een vogel, een zogenaamde vogelaanvaring (bird strike), is een serieus veiligheidsrisico in de luchtvaart. Hoewel de meeste incidenten zonder grote gevolgen blijven, kan een aanvaringsschade aan cruciale onderdelen zoals motoren of de cockpitruit catastrofale resultaten hebben. Het voorkomen van deze gebeurtenissen is daarom geen bijzaak, maar een fundamenteel onderdeel van het luchthavenbeheer en de dagelijkse operaties.



Luchthavens benaderen dit probleem proactief met een geïntegreerde strategie die bekend staat als Wildlife Hazard Management. Deze aanpak is veel meer dan alleen vogels verjagen; het is een wetenschappelijk onderbouwd systeem gericht op het onaantrekkelijk en ontoegankelijk maken van het luchthaventerrein voor vogels en andere dieren. De maatregelen variëren van landschapsbeheer tot geavanceerde technologie, allemaal ontworpen om het risico in elke fase van de vlucht te minimaliseren.



De effectiviteit van dit systeem berust op een combinatie van preventie, monitoring en actie. Het begint met het wegnemen van de redenen voor vogels om naar het vliegveld te komen: voedsel, water en beschutting. Vervolgens wordt het luchtruim continu in de gaten gehouden, zodat eventueel aanwezige vogels op een veilige en doelmatige manier kunnen worden verjaagd. Deze veelzijdige verdediging vormt een onzichtbare, maar onmisbare barrière voor de luchtvaartveiligheid.



Wat doen luchthavens om vogelaanvaringen te voorkomen?



Luchthavens voeren een actief en veelzijdig wildlifebeheer uit, gericht op het onaantrekkelijk en onveilig maken van het luchthaventerrein voor vogels en andere dieren. Dit is een continue en kritische operatie.



De eerste strategie is habitatbeheer. Gazons worden bewust hoger gemaaid om insecten, een voedselbron voor veel vogels, te verminderen. Water wordt snel afgevoerd om plassen te voorkomen, en begroeiing wordt geselecteerd op soorten die geen bessen of zaden dragen. Afval wordt strikt afgedekt om geen voedsel aan te bieden.



Daarnaast zetten vliegvelden actief verjagingstechnieken in. Dit varieert van akoestische middelen, zoals geluidskanonnen en opnames van roofvogelgeluiden, tot visuele afschrikking zoals lasers, vlaggen en pyrotechniek (gaskanonnen of knalapparaten). Getrainde valkeniers en hun roofvogels worden ingezet om vogels actief van de start- en landingsbanen te jagen.



Technologie speelt een cruciale rol met geavanceerde radarsystemen. Deze systemen detecteren en volgen vogelmovementen in real-time rond de luchthaven. Deze data wordt gebruikt om verkeersleiders te waarschuwen en verjagingsploegen precies naar de juiste locatie te sturen.



Tenslotte is samenwerking en monitoring essentieel. Luchthavens werken nauw samen met lokale autoriteiten om stortplaatsen of waterpartijen in de omgeving te beheren. Alle waargenomen vogelactiviteiten en aanvaringen worden gedocumenteerd in een database, wat helpt om patronen te herkennen en de preventiestrategie voortdurend te verbeteren.



Actief verjagen van vogels op en rond de startbaan



Actief verjagen van vogels op en rond de startbaan



Naast het structureel onaantrekkelijk maken van het gebied, zetten luchthavens een arsenaal aan actieve verjaagtechnieken in. Deze methoden zijn gericht op het direct verstoren en wegjagen van vogels uit de kritieke zone van de startbaan.



Een klassiek en veelgebruikt middel is de zogenaamde "pyrotechniek". Speciaal opgeleide vogelverjagers schieten hierbij pistolen of geweren af die geen projectielen, maar luise knallen of lichtkogels produceren. Het onvoorspelbare geluid en de lichtflitsen schrikken vogels effectief af zonder ze te verwonden.



Acoustische verjaging speelt eveneens een cruciale rol. Via speakersystemen rond de baan worden alarmroepen van vogels of roofvogelgeluiden afgespeeld. Deze systemen zijn vaak geautomatiseerd en worden op willekeurige tijdstippen en locaties geactiveerd om te voorkomen dat vogels aan het geluid wennen.



Technologische innovatie heeft geleid tot de inzet van lasers. Groene lasers, vooral effectief in schemering en bij mist, projecteren een heldere, bewegende straal die vogels als een fysiek gevaar waarnemen. Dit drijft hen weg zonder hun leefpatroon buiten het vliegveld te verstoren.



Een zeer zichtbare methode is het gebruik van roofvogels. Gespecialiseerde valkeniers patrouilleren met getrainde haviken of valken langs de baan. De aanwezigheid van deze natuurlijke predatoren creëert een blijvend onveilig gevoel voor andere vogels, waardoor ze het gebied mijden.



Daarnaast worden mobiele eenheden ingezet, uitgerust met een combinatie van verjaagmiddelen. Deze voertuigen kunnen snel naar een geconstateerde vogelconcentratie rijden om deze ter plaatse uiteen te drijven met geluid, licht of, op grotere afstand, met veilige luchtkanonnen die een harde knal produceren.



De effectiviteit van al deze actieve methoden berust op variatie en onvoorspelbaarheid. Vogels zijn intelligent en raken snel gewend aan een constante dreiging. Daarom rouleren luchthavens hun technieken continu en combineren ze deze slim, gebaseerd op real-time waarnemingen van de vogelwachters.



Het landschap en beheer aanpassen om vogels te ontmoedigen



Een fundamentele strategie om vogels te weren, is het vliegveld en de directe omgeving onaantrekkelijk als leef- en foerageergebied te maken. Dit begint met een zorgvuldig beheer van de vegetatie. Graslanden worden kort gehouden, wat het zicht voor roofvogels verbetert en tegelijkertijd kleine knaagdieren en insecten – een belangrijke voedselbron voor veel vogels – vermindert. Specifiek graszaadmengsels die laag blijven en weinig zaden produceren, worden ingezaaid.



Water is een sterke vogelmagneet. Alle poelen, sloten en plassen binnen het veiligheidsgebied worden zorgvuldig gedraineerd of afgedekt. Regenwater wordt via speciale afvoersystemen snel afgevoerd om de vorming van plasdras-situaties te voorkomen. Indien nodig worden waterpartijen voorzien van netten of worden de oevers steil gemaakt om vogels te verhinderen er te rusten of te drinken.



Het beheer van afval is cruciaal. Afvalcontainers zijn altijd volledig afgesloten om geen voedselresten aan te bieden. De terreinen worden regelmatig geïnspecteerd en vrijgemaakt van elk afval dat vogels zou kunnen aantrekken. Ook de omliggende percelen worden hierbij betrokken om een bredere bufferzone te creëren.



Landschappelijke inrichting speelt eveneens een rol. Het gebruik van dichte, lage struiken wordt vermeden, omdat deze schuilplaatsen bieden. In plaats daarvan wordt gekozen voor open, kaal terrein of grindbedden. Bomen en hoge objecten die vogels kunnen gebruiken als uitkijkpost of rustplaats, worden zoveel mogelijk verwijderd of op een veilige afstand van de start- en landingsbanen geplaatst.



Tot slot wordt de directe omgeving van de luchthaven actief betrokken bij dit beheer. Samenwerking met lokale boeren, bijvoorbeeld om bepaalde gewassen te vermijden of oogstresten snel onder te ploegen, voorkomt dat grote groepen vogels zich in de nabijheid vestigen. Dit geïntegreerde landschapsbeheer vormt zo de eerste, preventieve verdedigingslinie tegen vogelaanvaringen.

Related Articles

Latest Articles

Alexander Schleicher SERVICES

Since 2011, Alexander Schleicher has been represented by Glider Pilot Shop in Belgium, the Netherlands and Luxembourg. With the start of  2019 the region expanded with the addition of France.

Alexander Schleicher Services is a Glider Pilot Shop company

 

Our partners:
Alexander Schleicher
Glider Pilot Shop
LXNAV
Our location: